De Londense formatie Modern Woman slingerde de afgelopen tijd enkele singles de wereld in. Zo kon de wereld langzaam gewend raken aan het toch wel bijzondere geluid van deze Britse formatie rondom frontvrouw en belangrijkste songwriter van de band, Sophie Harris.
Het spelen met woorden en tekst
Sophie Harris studeerde Engelse literatuur en de competentie om met woorden en tekst te kunnen spelen is duidelijk hoorbaar op dit aansprekende debuut. De muzikale richting die Sophie voor zichzelf had uitgestippeld kreeg vorm toen ze violist en componist David Denyer ontmoette, die een achtergrond had in vooral experimentele muziek. De band was pas echt compleet toen het duo werd aangevuld met Juan Brint-Gutiérrez op bas en saxofoon en Adam Blackhurst op drums en werd omgedoopt tot een viertal. Nu is er eindelijk dat lang verwachte debuutalbum Johnny’s Dreamworld waarmee de band waarschijnlijk menigeen zal overrompelen. In het persbericht kunnen we lezen dat Harris altijd wel op zoek is geweest naar een bepaald muzikaal concept: “A vital theme I’ve always wanted in Modern Woman is the idea of conflicting things, of the tender/harsh, loud/quiet and scrappy/polished. The style of everybody’s playing, drawing from a melting pot of influences, coming together to form something new”. Na enkele luisterbeurten kunnen we niet anders concluderen dat die doelstelling met Johnny’s Dreamworld met glans is behaald. De plaat is haast niet in een muzikaal hoekje te plaatsen ondanks dat we flarden van Postpunk, Rock maar evengoed Dreampop voorbij horen komen.
Genre-overstijgend
Wat dat betreft is opener en titeltrack ‘Johnny’s Dreamworld’ richtingbepalend en illustratief; we horen marcherende snaredrums die worden aangevuld door groezelige gitaren om vervolgens in verschillende grooves over te gaan waarbij de stem van Sophie als een soort kleurenpalet fungeert. Soms lieftallig, dan weer haast schreeuwerig maar zeker ook melodieus en met een idee. Kortom, de ene keer schuurt het om vervolgens weer te transformeren naar een vloeiende melodielijn. Maar de band laat zich niet kooien en elk nummer kent verschillende tempowisselingen zoals het over opgroeien in Engeland tijdens je kindertijd vertellende ’Neptune Girl’. Met ‘Offerings’ noemen we nog zo’n nummer dat diverse dynamieken kent en waar Sophie soms als een jonge Nina Hagen klinkt. Ook ‘Killing A Dog’ is weer zo’n track waarbij je op je puntje van je stoel gaat zitten en jezelf afvraagt of het Dreampop-achtige begin voort zal kabbelen. Als na ruim drie minuten de melancholisch klinkende viool wordt vervangen door stevig gitaarwerk heb je het antwoord.
Ongekend stemgeluid
Het album kent een kop en een staart en op het tweede deel is er meer ruimte voor wat ingetogener nummers zonder de urgentie uit het oog te verliezen. Met de ballad ‘Daniel’ noemen we één van de hoogtepunten; op dit verhalende nummer etaleert Sophie haar kunde om met woorden te kunnen spelen wat resulteert in mooie teksten.(“But I saw Daniel swimming from the rocks / Thought it was him / Though it isn’t like him / I was surе I saw him swimming from the rocks / And I thought then that I could raise the dead”) ‘Blessed Day’ is een absolute rocker met een saxofoon als tegengewicht die het live goed zal doen en ‘Dashboard Mary’, een nummer dat gaat over een spontane en ondoordachte liefdesaffaire, ontvouwt zich vanuit sprookjesachtige kamerpop naar een dynamische popsong. Sophie Harris heeft met haar bijzondere, authentieke stem een geweldig wapen; ze is soms rustig, melodieus en klinkt haast spookachtig als Kate Bush maar ze kan evengoed vinnig, venijnig en ongepolijst als Nina Hagen klinken. Met de pianoballad ‘The Garden’ wordt dit debuut afgesloten. Het melancholieke en haast spookachtige nummer is het meest ingetogen nummer op Johnny’s Dreamworld; het toont de veelzijdigheid en het talent van de band nog maar eens en met dit Lo-Fi achtig klinkende nummer kan iedereen tot rust komen. Veel luisterplezier!