Melle: “Elke keer als ik twijfel, denk ik aan Cass Elliot”
De Nederlandse singer-songwriter Melle heeft er een lange aanloop voor nodig gehad, maar met Before I Lose It levert hij een plaat af die tegelijk persoonlijk én herkenbaar is. Het album ontstond in de schaduw van een debuut dat verwachtingen wekte—bij zijn label, bij publiek, maar vooral in zijn eigen hoofd. Resultaat: dertien songs die draaien om identiteit, richting kiezen en de ruis van buitenaf leren negeren. In gesprek met De Muziekplank vertelt Melle over het schrijfproces, zijn instrumentenverzameling (ja, die is serieus), de rol van Cass Elliot, en waarom een nummer dat velen als liefdeslied horen eigenlijk over zijn ouders gaat.
“Het was een lang proces, maar ik ben er nog steeds blij mee”
Corné: Hoe gaat het met je, nu het album uit is? “Goed! Het zijn drukke weken geweest sinds de release. Veel voorbereiding voor de tour ook. Hele leuke dingen, maar het is wel flink aanpoten—dat hoort er ook bij.”
Corné: Hoe lang heb je aan Before I Lose It gewerkt? “Als je het rekent vanaf het eerste liedje dat ik ervoor schreef, dan kom je op zo’n tweeënhalf jaar. Maar dat is niet tweeënhalf jaar non-stop. Het eerste jaar was vooral schrijven—af en aan—omdat ik toen ook nog bezig was met mijn vorige album en de tour.”
“Vanaf januari 2024, toen ik de titelsong schreef, viel het meer op z’n plek: toen wist ik hoe het moest heten en welke kant het op moest. Het grootste deel van het opnemen gebeurde in 2024. Ik ben in de zomer naar Berlijn geweest—daar woont mijn producer—om de eerste muziek vast te leggen. Daarna werkten we veel in mijn studio. Eind 2024 kwam de eerste single uit en toen begon eigenlijk een heel jaar aan releases, tot het album nu eindelijk volledig uit is.”
Corné: Als je terugkijkt: zou je nu nog dingen willen veranderen? “Vroeger had ik dat wel—bij EP’s en mijn vorige album dacht ik achteraf vaak: “Had ik dit maar anders gedaan.” Maar nu eigenlijk niet zo. Hooguit kleine details, of één of twee liedjes die ik nu iets minder voel. Maar ik kan ze nog steeds waarderen. Het is ook accepteren: dit is wie ik was in 2024/2025. En als ik volgend jaar weer anders ben, is dat oké. Maar nu klopt dit album nog steeds heel goed bij me.”
“De rode draad: je eigen pad kiezen (en de ruis uitzetten)”
Corné: Is het één verhaal, of zijn het dertien losse hoofdstukken? ”Het zijn dertien verhaaltjes, maar er is zeker een rode lijn. Het hoofdthema is: je eigen weg vinden, je identiteit, en niet te veel luisteren naar alle meningen om je heen.
Toen ik Before I Lose It schreef wist ik meteen: dit moet de titelsong zijn, want die beschrijft die rode draad het best. Ik had net mijn eerste album uitgebracht en er waren verwachtingen: “Wat ga je nu doen?” Daardoor kwam ik in een soort writer’s block. Ook door de verwachtingen die ik mezelf oplegde.
Ik luisterde toen veel naar “Make Your Own Kind of Music” van Cass Elliot. Dat gaat over: maak gewoon wat jij wil, zelfs als anderen het niks vinden—als jij het maar voelt. Op dit album zijn er een paar nummers die daar heel direct over gaan, zoals de opener “My Imagination” en de afsluiter “Before I Lose It”. Het gaat ook over twintiger-zijn: uitvogelen wat je wil met je leven. Alles raakt dat thema eigenlijk wel aan.”
Corné: Je citeert Cass Elliot ook letterlijk in Before I Lose It, toch? “Ja. Dat zinnetje is voor mij heel belangrijk geweest. Als ik vastzat of ging twijfelen, dacht ik daaraan. Dan wist ik weer: ik zit op het goede pad. Daarom wilde ik daar ook mee afsluiten. Het voelt als de laatste zin van het hele album.”
Corné: Was die druk na je debuut echt zo groot? “Een deel zat in mijn eigen hoofd, maar er waren ook wel meningen om me heen. De één zegt: “Maak meer uptempo, dat werkt live en op de radio.” De ander zegt: “Nee, juist rustig—daar ben je goed in.” En ik zat zelf op een soort tweesprong: ga ik meer mainstream-pop, of meer alternatief/indie? Ik had het gevoel dat anderen me eerder richting pop duwden, maar ik wilde zelf liever die andere kant op. Dat heb ik uiteindelijk gedaan—en daar ben ik heel blij mee.”
Instrumenten als inspiratiebron: “Dan ontstaat er iets nieuws”
Corné: We kunnen wel stellen dat jij multi-instrumentalist bent—je schijnt meer dan twintig instrumenten te bespelen. “(Melle lacht) Ja, ik realiseerde me ooit: ik heb eigenlijk best veel gekke instrumenten. Ik vind het leuk om die te laten zien op Instagram en op het podium, en ze ook echt te gebruiken in mijn muziek. In de loop der jaren is het een soort collectie geworden—Marktplaats, kleine winkeltjes, overal vandaan. En ik probeer er zoveel mogelijk ook daadwerkelijk mee te schrijven en op te nemen.”
Corné: Is er op dit album een nummer waarbij een instrument je echt verraste? “Zeker. Als ik een nieuw instrument heb dat ik eigenlijk nog niet kan spelen, dan ontstaat er vaak iets nieuws. Met piano of gitaar heb je “muscle memory”: je pakt toch snel dezelfde akkoordjes. Maar bij iets onbekends—een rare stemming of gewoon een totaal ander instrument—wordt het vrijer.”
“Het beste voorbeeld is “My Imagination”. Het belangrijkste melodietje kwam doordat ik een hammered dulcimer had gekocht. Ik vond het instrument er gewoon supercool uitzien. Ik kende het geluid ook van oude Coldplay-platen. Ik kon het niet spelen, maar ik ging ermee pielen—en toen kwam die melodie. Ik weet oprecht niet of ik dat zonder dat instrument had geschreven.”
“Op “2016 Souvenir” zit ook zoiets: daar zing ik over een kleine analoge synthesizer, een soort stylophone. Die nam ik mee op vakantie omdat ’ie zo klein is. Het belangrijkste melodietje in dat nummer is ook daarop gespeeld. Dus het is niet alleen “leuk voor de show”—je hóórt het echt terug.”
Schrijven: eerst de melodie, dan de woorden
Corné: Komt bij jou eerst de melodie of eerst de tekst? “Meestal begin ik met melodie. Dat gaat instinctief sneller. Over tekst moet ik langer nadenken. Dus vaak heb ik de melodie al helemaal, met een beetje tekst als houvast, en daarna vul ik het echt in.”
Corné: Noteer je zinnetjes op je telefoon—observaties, flarden tekst? “Soms wel. Vooral Engelse woorden of zinnetjes die ik interessant vind. Niet per se onderwerpen, maar klank of betekenis waar ik iets mee kan. Die schrijf ik dan op, en later komt dat vanzelf ergens terug.”
Autobiografisch, maar open voor interpretatie
Corné: De teksten voelen deels verhalend, deels autobiografisch. Klopt dat? “Eigenlijk is het bijna allemaal autobiografisch. Op mijn vorige album stonden nog wat “verzonnen” verhaaltjes, maar daarvan ben ik afgestapt. Het gaat meestal over mij, of over iemand die ik ken, of over een gevoel dat echt van mezelf is.”
Corné: Een van mijn favorieten is “Good Enough”—met die prachtige opening: “You are the light on my skin / The voice that I hear in the wind.” Veel mensen zullen dat als liefdeslied horen. Melle: “Dat gebeurt inderdaad. En dat is ook prima—iedereen mag het interpreteren zoals hij wil. Maar toen ik het schreef ging het eigenlijk over mijn ouders, die zijn gescheiden toen ik klein was. Ik was drie, zij waren toen zestien jaar samen geweest.
Het nummer gaat voor mij niet over “ben ik goed genoeg voor jou?”, maar over de vraag: is liefde op zichzelf goed genoeg om twee mensen altijd bij elkaar te houden? Ik zit nu zelf in een lange relatie waar ik heel blij mee ben, en ik geloof dat het voor altijd is. Maar ik denk: mijn ouders dachten dat waarschijnlijk ook toen ze tien jaar samen waren. Het nummer stelt die grotere vraag: kun je ooit met honderd procent zekerheid zeggen dat iets voor altijd is?”
Corné: En “2016 Souvenir”—die vind ik ook bijzonder, juist door die elektronisch gelaagde sfeer. Waar gaat die precies over? “2016 is het jaar dat ik mijn vriendin heb leren kennen. We zijn bijna tien jaar samen. Dat liedje kijkt terug op dat gevoel: iets nieuws, elkaar leren kennen, en ook het samenzijn—heel zomers. Het was een mooie zomer, een mooie tijd.”
Drie duetten: “Dat ontstaat eigenlijk vanzelf”
Corné: Op het album staan drie duetten. Waarom koos je daarvoor, en hoe bepaal je welke stem bij welk nummer hoort? Melle: “dat ging vrij automatisch, omdat die duet-nummers ook met die mensen geschreven zijn. Dan schrijf je samen een liedje en voelt het logisch om het ook samen te zingen—het verhaal is samen ontstaan.”
“Bij “Sometimes I Still Live In My Head” met Charlot was het wel bijzonder: we vonden het allebei zo mooi dat we het allebei wilden uitbrengen. Zij heeft haar versie uitgebracht en ik de mijne, en we zingen ieder een ander deel. Dat is best uniek.”
Favoriet, visuals en ambities
Corné: Heb je een favoriete track? Melle: “Ja: “At My Worst.” Vooral qua sound en productie voelt die precies als wat ik zelf ook luister. Ik heb mezelf het afgelopen jaar betrapt dat ik die demo steeds weer aanzette. Dat zegt wel wat.”
Corné: Je houdt ook van het visuele—foto, film. Krijgt dat een plek in de tour? Melle: “in deze tour waarschijnlijk nog niet. Het hangt van de zalen af—niet alles is groot genoeg, en je bent beperkt in faciliteiten en budget. Maar ik denk er veel over na. Ik hou van analoge film en fotografie. In het ideale geval zou ik bij bepaalde liedjes dingen filmen met een oude camera en dat projecteren… of zelfs met een ouderwetse projector werken. Alleen: onze productie is al groot door alle instrumenten. Voor nu is het nét te veel, maar het is zeker iets wat ik later wil doen.”
Corné: Tot slot: als we drie jaar vooruit spoelen—waar hoop je dan te staan? Melle: “ik ga op dezelfde voet door met optreden en schrijven voor mijn eigen project. Daarnaast schrijf ik ook voor andere artiesten en daar wil ik meer mee doen. Dat vind ik heerlijk: even mijn “Melle-jas” uit en schrijven voor iemand anders.”
“En verder: ik hoop gewoon dat ik over drie jaar nog steeds maak wat ik zélf wil—en dat ik dat eigen pad blijf volgen. Wat dat precies is, weet ik nog niet, maar ik hoop dat het lukt.”
Foto: Julia van Duijn