De Nederlandse band Queen’s Pleasure bracht onlangs hun derde album Stunt Double uit. De band bestaande uit Jurre Otto (vocals), Teun Putker (gitaar), Sal Rubinstein (drums) en Jelmer van Os (bass) slaan een nieuwe weg in.
Tien jaar nadat vier jonge muzikanten uit Amsterdam besloten een band te vormen, staat Queen’s Pleasure er sterker dan ooit. Met hun nieuwe album Stunt Double laten ze horen dat ze klaar zijn voor de volgende stap — zowel muzikaal als op het podium. Tijdens een digitale ontmoeting spreken zanger Jurre en bassist/zanger Jelmer openhartig over de nieuwe plaat, persoonlijke thema’s, werken met een hiphopproducer en hun ambities voor de komende jaren.
“Het begint eindelijk te leven”
De sfeer zit er meteen goed in. “Het gaat echt lekker,” vertelt Jurre. “We worden steeds beter opgepakt, er gebeuren leuke dingen en het voelt alsof alles nu een beetje begint te leven. Dat is zó fijn om te merken.” Opvallend: de namen van de bandleden zijn niet eenvoudig te vinden. “Niet bewust hoor,” lacht Jurre wanneer we hem dit feitje voorhouden. “Misschien moeten we dat wat meer naar voren brengen. Tijdens optredens roepen we ook nooit ‘applaus voor…’, we zijn nog steeds bescheiden.”
Een moderne rockplaat met scherpe randen
Stunt Double klinkt anders dan alles wat Queen’s Pleasure eerder maakte. De energie is hoger, het geluid eigentijdser. Volgens Jurre was dat een heel bewuste keuze: “Na het tweede album voelden we dat het niet echt aansloeg. We wilden af van de traditionele rock en iets moderners maken. Onze inspiratie veranderde ook — vroeger waren dat Arctic Monkeys en Britpop, nu luisteren we weer naar eigentijdse acts zoals Fontaines D.C. en Lana Del Rey. Dat sluipt gewoon in alles wat je doet.” De samenwerking met producer Dylan van Dael — iemand uit de hiphop-scene — gaf het geluid een frisse impuls. Jelmer: “Zijn hand hoor je niet in complete nummers, maar in onderdelen. De intro van ‘Eva’ is daar een mooi voorbeeld van, of het outro van 2-Step. Het gaf meteen dat gevoel van: ‘What the ****… dit is te gek.’”
Persoonlijke verhalen in een energieke jas
Achter de stevige, energieke sound schuilen verrassend persoonlijke verhalen. “Veel is autobiografisch,” vertelt Jurre. “Zo is ‘Eva’ geschreven naar aanleiding van iets van wat Sal heeft meegemaakt en heb ik er weel elementen aan toegevoegd. Een ander nummer gaat over een Frans meisje in mijn leven. Ik was verliefd op een Frans meisje dat misschien terug zou gaan naar Frankrijk. Ook zij wist op dat moment niet zo goed wat ze wilde of wat we samen wilden. Dat soort onzekerheid levert veel inspiratie. Het zijn verhalen van mij, van Sal, eigenlijk van ons allemaal.” De liedjes ontstaan vaak organisch, in notities op de telefoon of spraakmemo’s die later verder uitgewerkt worden. “Het eerste idee is meestal het beste,” zegt Jurre. “Niet te veel tweaken, daar wordt het zelden beter van.”
De invloed van live spelen
Queen’s Pleasure staat bekend als een overtuigende liveband. Dat heeft invloed op hoe ze schrijven: “Door veel live spelen voel je wat werkt,” legt Jurre uit. “Bij het nummer ‘Niels’ van onze eerste plaat hoor je dat heel duidelijk terug. De vertragingen kwamen voort uit het livegevoel.” Voor Stunt Double liep het anders: de nummers waren grotendeels klaar vóór ze veel live gespeeld werden. Maar spelen blijft het fundament. Jelmer: “voor de eerste twee albums schreven we over het algemeen eerst de melodie, de tekst volgde. Nu is het toch wel wat anders; we hadden echt teksten waaruit in goede harmonie de nummers ontstonden. Dus iets meer lyric-based zeg maar… haha”
Een Brits avontuur
Opvallend was de tour door Engeland voordat de nieuwe plaat uit was — een bewuste keuze. “Engeland is het walhalla van livemuziek,” zegt Jurre. “Van barretjes met tien man tot steeds vollere zalen. Het avontuur is fantastisch en we willen echt een connectie opbouwen met het Britse publiek.” Jelmer vult aan: “In Nederland hebben mensen verwachtingen van ons. In Engeland heb je dat niet — je kan gewoon spelen, laten zien wat je waard bent, zonder vooroordeel. Dat is echt inspirerend en dan voel je ook wat onze muziek met mensen doet”
(tekst verder onder video)
Indierock, geen Britpop meer
Queen’s Pleasure werd lang in het Britpop-hoekje geplaatst — deels door Jurres Engelse accent. “Terecht ergens,” geeft hij toe. “Maar wat we nu maken is indierock. Dat is wie we zijn, en dat is hoe we onze muziek zouden willen omschrijven.”
Een intieme afsluiter: ‘Come Over’
De plaat eindigt onverwacht met een akoestische track met strijkers: ‘Come Over’. “Het nummer vroeg erom,” zegt Jelmer. “We zijn niet bang om buiten onze comfortzone te gaan. Of we nog zo’n nummer gaan maken? Dat kun je niet plannen.” Jurre vult aan: “Je moet een nummer geven wat het nodig heeft. Dit vroeg om een intieme versie — dan moet je jezelf niet voorliegen omdat het ‘niet bij de band zou passen’. En we voelden ook perfect aan dat we niet moesten knutselen of concessies doen met gitaren of een drumcomputer omdat we als Queen’s Pleasure Indierock maken……. dit voelde goed zoals het is. Het is een vreemde eend, maar wel een hele mooie.”
Ambities: “Spelen, spelen, spelen!”
Als we de klok denkbeeldig twee jaar vooruit spoelen; waar staat Queen’s Pleasure dan? “We willen vooral doorgaan met muziek maken,” zegt Jurre. “Grotere zalen spelen, zoals de grote zaal van Paradiso. En festivals als Lowlands, Pinkpop, Best Kept Secret.” Jelmer benadrukt dat bekendheid geen doel op zich is: “Het gaat om live spelen. Met meer bekendheid kun je meer spelen — dat is de drive. En als je bekendheid groter wordt komt je ook in de gelegenheid om in grotere zalen te zalen te spelen. Het één staat niet los van het ander natuurlijk”. De blik is ook op Europa gericht. “Engeland, Duitsland, België… en misschien op tour als support van een toffe band. Het sleutelwoord is eigenlijk: spelen, spelen, spelen, spelen!”